Hoe kun je gaan rentenieren?

Hoe kun je gaan rentenieren?

Laatst bijgewerkt: 24 december 2018

Rentenieren: dankzij rente vervroegd met pensioen. Eigenlijk de droom van iedere hardwerkende man of vrouw, want wie heeft er nou zin om tot z’n 67e aan het werk te zijn? En met een beetje pech wordt de pensioensleeftijd de komende jaren nog behoorlijk opgeschroefd. Gelukkig zijn er manieren om wat extra geld te verdienen zodat je eerder kunt stoppen met werken. Bijvoorbeeld ‘rentenieren’. Oftewel, leven van opgebouwde rente of een ander soort ‘groeiend vermogen’. Het is een lucratieve business, maar dan moet je wel goed weten waar je mee bezig bent. Daarom bespreken we in dit artikel 3 manieren om te rentenieren: sparen, beleggen en investeren. Bovendien bespreken we nog wat andere tips omtrent rentenieren. Dus… Op naar die vervroegde ‘oude dag’!


Manier 1 – Sparen

De klassieke manier van rentenieren is sparen. Spaar een groot bedrag bij elkaar, waar je vervolgens rente over krijgt. De rente bepaalt vervolgens hoe snel jouw vermogen groeit. Oorspronkelijk betekent de term rentenieren dat je leeft van de rente, maar je kunt natuurlijk ook een gedeelte van het vermogen gebruiken voor de maandelijkse lasten. Dan moet je er overigens wel voor zorgen dat het geld niet ‘vast’ staat op een spaarrekening. Wil je graag meer weten over de mogelijkheden van sparen? Wij hebben hier een aantal interessante artikelen over geschreven:

  • Sparen voor later
  • Sparen voor je kind
  • Banken om ‘groen‘ te sparen

Manier 2 – Beleggen

Een andere manier hoe je kunt rentenieren is door voor een lijfrentebeleggingsrekening te kiezen. Welk resultaat je behaalt, hangt af van de beurs. Je kunt het beste kiezen voor fondsen met lage kosten, een grote spreiding en een verleden met goede resultaten. Met een grote spreiding bedoelen we dat het geld belegd wordt in meerdere bedrijven en/of aandelen, zodat je niet het risico loopt om al het geld in een keer te verliezen als de koers daalt.

Je kunt natuurlijk ook kiezen om te beleggen in vastgoed; het voordeel is dat je hierbij door de verhuur van je beleggingsobject je kapitaal nog meer kunt laten groeien.

Wil je graag rentenieren door te gaan beleggen? Dan zijn onderstaande artikelen vast interessant voor jou:


Manier 3 – Deeltijd rentenieren

Er zijn ook mensen die ‘deeltijds’ rentenieren. Dat betekent dat ze nog een, twee of drie dagen werken en de overige dagen leven van hun opgebouwde vermogen. Dit is een heel goed alternatief voor mensen die graag eerder willen genieten van hun vrije dag, maar onvoldoende vermogen hebben. Of voor mensen die de risico’s van het beleggen te groot vinden. Er is helemaal niets mis met een parttime functie voordat je met pensioen gaat. Sterker nog: je creeert een soepele overgang tussen het werkende en niet-werkende leven. Want als je ineens vrij bent, kun je je ook gaan vervelen!


Vanaf welke leeftijd kun je gaan rentenieren?

Je hebt het ver geschopt als je op je 35e een ton spaargeld (of beleggingswaarde) hebt gecreerd. Misschien ben jij een van die geluksvogels (of hele harde werkers!) die op jonge leeftijd een groot bedrag bij elkaar heeft verdiend. Maar is zo’n groot bedrag voldoende om te gaan rentenieren? Helaas niet. Je zal een heel groot vermogen moeten opbouwen om vanaf een jonge leeftijd te gaan rentenieren. Bedenk je maar eens hoe hoog de levenskosten zijn. Stel dat jij jaarlijks 2,5% rente ontvangt op je belegging van €100.000, dan krijg je €2.500 aan rente. Ideaal om een (paar)  jaar rond te komen (ga op wereldreis, koop een nieuwe auto, stort je op een nieuwe hobby en laat je werk even links liggen!), maar niet om tot je pensioen te kunnen leven! Zeker niet als je bedenkt dat je beleggingen moeten opwegen tegen de inflatie.

Vaak is er bij jongere mensen ook minder de drang om te gaan rentenieren, omdat ze vaak het doel hebben om carière te maken.Daarnaast is het natuurlijk wel zo dat het helpt op je op vroegere leeftijd te verdiepen in beleggen en investeren. Op deze manier zul je eerder op het moment komen dat je een kapitaal hebt waarmee je kunt gaan rentenieren.

Vanaf 60 jaar is rentenieren toegankelijker

Pas op latere leeftijd (laten we zeggen: als je pensioen nadert) kunt u met kleinere bedragen gaan rentenieren. De hoogte van het benodigde kapitaal zijn een op een afhankelijk van het bedrag dat jij voor ogen hebt. Welk bedrag heb je nodig om de jaren tot aan het pensioen te overbruggen? Bovendien moet je er rekening mee houden dat je géén pensioen meer opbouwt in de jaren dat je niet werkt. Dus stel, je stopt op je 60e met werken en gaat rentenieren, dan stopt de opbouw van je pensioen ook vanaf je 60e. Dus die 5 jaar die je ‘mist’ aan pensioen moet je opvullen met het rendement op je beleggingen.


Hoeveel vermogen heb je nodig om te kunnen rentenieren?

In bovenstaande alinea is het al even aangestipt: hoe eerder je begint met rentenieren, hoe meer vermogen je nodig hebt. Omdat mensen gemiddeld gezien vanaf 60 jaar gaat rentenieren, beginnen we eerst ook met het benodigde vermogen voor een 60-plusser en iemand van 50 jaar oud. Daarna komen we terug op het vermogen voor iemand van 35 jaar en ouder. We willen alvast benadrukken dat onderstaande bedragen indicaties zijn. Het daadwerkelijke, benodigde bedrag is heel sterk afhankelijk van het bestedingspatroon van de rentenier!

Het benodigde vermogen voor 60-plussers en 50-jarigen

Voor de gemiddelde, financiële situatie van een 60-plusser is een vermogen van €75.000 en €250.000 genoeg om er warmpjes bij te kunnen zitten tot aan het pensioen. Nogmaals, dit hangt er heel erg vanaf welke vaste laten je hebt en hoe je wilt leven in deze jaren. Hoe jonger je begint met rentenieren, hoe meer vermogen benodigd is. Als 50-jarige kom je met een bedrag tussen de €750.000 en €900.000 al een heel eind. Voor beiden gevallen geldt dat de rentenier deels leeft van het opgebouwde vermogen en deels van de rente die dit vermogen opleeft.

Onbezorgd leven vanaf 35 jaar mogelijk vanaf €3 miljoen

De kans is groot dat je dit artikel in je jonge jaren leest. Werken is leuk, maar de wereld heeft nog zoveel meer te bieden dan dat. Daarom willen we graag uitlichten hoeveel geld je nodig hebt als je op jonge leeftijd gaat rentenieren. Het vermogen dat je nodig hebt om op grote voet te kunnen leven van je beleggingen is in de miljoenen. Daarom kun je ook lager inzetten, bijvoorbeeld op €300.000. Dan kun je met een rente van 2,5% jaarlijks €7.500 besteden. Dat is – als je het ons vraagt – een mooi bedrag! Overigens kun je ook nóg later inzetten als je bijna niets nodig hebt… Maar goed, feit blijft: je moet eerst op jonge leeftijd miljonair worden.

Bereken zelf hoeveel vermogen je nodig hebt

Je kunt zelf eenvoudig berekenen hoeveel vermogen je nodig hebt. Stel, je wil van je 60e tot je 65e een bedrag van €2000 per maand besteden. Dan moet je omgerekend €120.000 aan rente ontvangen (oftewel €24.000 per jaar). Met een rentepercentage van 5%, komt dat neer op een benodigd vermogen van €2.400.000. Dat is een fiks bedrag dat je niet zomaar bij elkaar hebt. In dit rekenvoorbeeld gaan we ervanuit dat je uitsluitend leeft op de rente die je ontvangt. Je kunt er natuurlijk ook voor kiezen om een deel van het vermogen jaarlijks te gebruiken. Houd er dan wel rekening mee dat je met een kleiner vermogen minder rente krijgt!


Waar moet je allemaal rekening mee houden als je gaat rentenieren?

Nu weet je ongeveer wat rentenieren inhoudt, vanaf welke leeftijd je dit kunt doen en welke bedragen hiervoor nodig zijn. Om een nog completer beeld te geven, komen we graag even terug op de overige zaken waar je rekening mee moet houden als je gaat rentenieren.

Je bestedingspatroon

Het is dit artikel al meerdere keren genoemd, maar dat is met een reden. Want het bestedingspatroon ligt ten grondslag aan de hoogte van je vermogen. Heb je een eensgezinshuishouden met een lage hypotheek en weinig dure hobby’s? Dan is rentenieren misschien dichterbij dan je denkt. Het tegenovergestelde is ook waar. Stel je voor dat je maandelijks hoge huur hebt, alimentatie betaald en óók nog eens studerende kinderen hebt. Dan heb je maandelijks een groter bestedingspatroon waardoor je automatisch meer geld nodig hebt om de tijd tot je pensioen te overbruggen.

Eventuele inflatie

Elke economie heeft vroeg of laat te maken met inflatie. Dat wil zeggen dat het geld door de jaren heen minder waard wordt. Stel, je koopt anno 2019 een brood voor €1.50, dan kan datzelfde brood in 2028 zomaar €3.00 kosten. Dan heeft hetzelfde bedrag als het ware minder waarde gekregen door inflatie.

Risico’s tijdens het beleggen

Beleggen zal altijd bepaalde risico’s met zich meebrengen. Tegenwoordig zijn er veel beleggingsfondsen met een hoog ‘succespercentage’, maar de economie blijft in zekere mate onvoorspelbaar. Het kan maar zo zijn dat het verwachte rendement van 5% uiteindelijk uitvalt op 3% of zelfs lager. Daarnaast kunnen er zich altijd een crisis voordoen (zoals in 2008) en kun je zomaar een paar jaar geen rendement maken.

Vermogensrendementsheffing

In Nederland moet je belasting betalen over een vermogen boven €21.000 (op moment van schrijven, bekijk voor de zekerheid de recente wetgeving op dit gebied!). Boven dit bedrag moet je een belasting van 1,2% betalen. Dit lijkt weinig, maar is op €100000 al €1000. Toch zonde!

Korter pensioen opbouwen

Elk jaar dat je niet werkt, bouw je geen belasting op. Dus als je eerder met pensioen gaat en leeft van de rente, dan mis je alle pensioensinkomsten. Wellicht kun je dit ‘gemis’ opvullen met het vermogen dat je hebt opgebouwd, maar we wilden het toch even gezegd hebben!



foto auteur Anne von Gleich
Dit artikel is geschreven door Anne von Gleich

Anne is freelance tekstschrijver en content marketeer bij Sans Plus. Met oog voor detail en hart voor de doelgroep brengt ze elk verhaal tot leven.

Website LinkedIn
Dit artikel is geplaatst in de volgende categorie(ën): Financieel

Suggestie insturen

Opmerkingen, verbeteringen of suggesties op dit artikel? We horen graag van je zodat we de inhoud van dit artikel nog beter kunnen maken. Vul het onderstaande formulier in:


Tip van onze redactie

Thuisverdiener
Copyright Dik.nl 2019 | DIK.NL geeft antwoord op je vraag